In de interactieve PolderPass app train je de complete A1-woordenlijst (251 woorden) met actieve spaced-repetition quizzen, realtime audio en directe DUO-score.
In het Nederlands is ongeveer 75% van alle zelfstandige naamwoorden een de-woord en 25% een het-woord. Er zijn duidelijke vuistregels: verkleinwoorden (-je, -pje), talen en metalen krijgen altijd het; personen, seizoenen en vaste uitgangen (-ing, -heid, -teit) krijgen altijd de. Alle meervouden krijgen altijd de.
Welke woorden krijgen altijd "het"?
Alle verkleinwoorden (-je, -pje, -tje), talen (het Nederlands, het Engels), metalen (het goud, het zilver) en windstreken (het zuiden, het noorden) krijgen altijd het.
Krijgen alle meervouden "de"?
Ja! In het Nederlands krijgen ALLE meervouden het lidwoord "de", zelfs als het enkelvoud een het-woord is (bijv. het huis → de huizen, het kind → de kinderen).
Waarom is het "het meisje" en niet "de meisje"?
"Meisje" is grammaticaal een verkleinwoord (afgeleid van meid met het achtervoegsel -je). Omdat alle verkleinwoorden onzijdig zijn, is het altijd "het meisje".
Twijfel je tussen de of het voor het Basisexamen Inburgering (A1)? Je hoeft niet te gokken. Ontdek de vaste gouden regels, hoe DUO fouten beoordeelt bij spreken en aanvulzinnen, en oefen alle 251 essentiële A1-woorden doelgericht.
Nederlandse grammatica lijkt moeilijk, maar voor het A1-examen buitenland hoef je maar 5 basisregels te kennen. Leer de vaste woordvolgorde in een gewone zin, de vraagzin, hulpwerkwoorden en werkwoordsvormen, en laat moeilijke B1/B2-theorie links liggen.
Voor het inburgeringsexamen buitenland hoef je niet duizenden woorden te kennen. De vragen zijn gebaseerd op een vaste basislijst van ongeveer 500 Nederlandse woorden. Bekijk de 15 onderwerpen, handige regels voor de en het, en slimme tips om woorden te onthouden.
Gebruik je de woordenlijsten en video's van Ad Appel? Ontdek waarom een papieren lijst niet genoeg is voor de computermicrofoon op de ambassade, en hoe je dezelfde stof interactief oefent met directe AI-feedback.